Sijbolt Noorda (VSNU) en Guusje ter Horst (HBO-raad)

Uit recente nieuwsberichten: Universiteiten vormden kartels voor prijsafspraken over 2e studies (waarvoor zij sinds 2010 een zelfbepaald instellingscollegegeld mogen vragen) en rekenen daardoor vaak meer collegegeld dan de kostprijs legitimeert, aldus de Stichting Collective Actie Universiteiten. Staatssecretaris Halbe Zijlstra vindt dat prima en zei “de overheid heeft in dezen geen rol”.  Ondertussen lobbiet een lobbygroep van het hoger onderwijs en gemeenten voor deregulering van de kennissector en “vindt ook dat de huurprijs van studentenwoningen omhoog moet, zodat het lucratiever wordt om de woningen te bouwen* ” . Bovendien is volgens dezelfde lobbygroep de herinvoering van innovatievouchers** nodig, een systeem waarmee bedrijven (gesubsidieerd) kennis in kunnen kopen bij kennisinstellingen.

* zoals te lezen in het position paper van de lobbygroep Netwerk Kennissteden Nederland (pagina 7):

De lokale aanpak kan worden ondersteund met een aantal rijksmaatregelen: […] Verruim het woningwaarderingsstelsel, waardoor huuropbrengsten in beperkte mate kunnen stijgen (of gelijk kunnen blijven bij de bouw van kleinere kamers). 

** Een innovatievoucher volgens overheid.nl:

MKB-ondernemers kunnen een innovatievoucher krijgen om kennis in te kopen bij een kennisinstelling. Deze voucher is een tegoedbon waarmee u kennis bij een hogeschool, een universiteit of een andere kennisinstelling kunt kopen.

Dit systeem werd in november 2010 afgeschaft waarbij gezegd werd: “Minister Maxime Verhagen heeft het geld nodig voor andere zaken”. In 2009 bleek er grootschalige fraude plaats te vinden rond innovatievouchers aan de Fontys Hogescholen, waarover Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen (SP) destijds stelde:

“Mijn eerste indruk is dat Fontys en [cursusonderneming] GCE een handigheidje uitvoeren om school- en bedrijfskas te vullen. Het ‘overgedragen’ van kennis lijkt vooral te bestaan uit het zich inkopen door ondernemers in een netwerk. Dat is natuurlijk geen innovatie. Wat hier gebeurt is het bekostigen van privaat onderwijs – voor ondernemers – met publieke middelen. Wie verdient hier nu het meest aan?”


					
Advertenties